Een heel uur alleen
Vanochtend speelde ik voor het eerst de hele marktbespeling alleen, omdat de stadsbeiaardier met vakantie is. Een uur, veertien stukken, één keer de draad kwijt, en de stand van ruim tweeënhalf jaar lessen, treden en klokken.
Vanochtend speelde ik voor het eerst de hele marktbespeling alleen, omdat de stadsbeiaardier met vakantie is. Een uur, veertien stukken, één keer de draad kwijt, en de stand van ruim tweeënhalf jaar lessen, treden en klokken.
Het uurwerk in de toren speelt elk kwartier een melodie op de klokken, met een koperen trommel vol pennen. Twee keer per jaar krijgt die trommel nieuwe melodieën, en vandaag mocht ik helpen: een hele dag in de trommelkamer, ruim twaalfhonderd pennen en vier nieuwe melodieën.
Vanochtend speelde ik voor het eerst een eigen halfuur tijdens de marktbespeling, met de stadsbeiaardier naast me en de hele binnenstad als publiek. Zeven stukken, twee fouten, een tremolo die bleef haperen, en de vrouw van de kaaskraam.
In de winter krimpt alles in de toren, en dan gaan de stokken anders aanvoelen. Een zaterdagmiddag met de stadsbeiaardier, een sleutel en een zaklamp tussen de draden, en wat een koude speelcabine met je pinken doet.
Een klok klinkt na en sterft dan weg, en daarom houdt een beiaardier lange noten vast door ze snel te herhalen. Een voorjaar en een zomer lang tremolo’s op het oefenklavier, mijn eerste vier stukken, en vanochtend een kwartier op de echte klokken.
Mijn eerste les bij de stadsbeiaardier, na zijn marktbespeling op zaterdagochtend: honderdzesentachtig treden naar de speelcabine, een klavier van houten stokken en pedalen, en een kwartier op het oefenklavier, waar ik leerde dat je een beiaard met je vuist speelt.