Klokkenstoel

Honderdzesentachtig treden

17 februari 2024 · 3 min lezen

Om elf uur stond ik onder aan de toren, bij de deur waar ik de stadsbeiaardier had zien binnengaan, en om kwart over elf zat ik buiten adem naast hem in de speelcabine terwijl hij de marktbespeling speelde. Honderdzesentachtig treden: smalle stenen wenteltrappen en daarna houten trappen, langs het uurwerk en de kamer met de trommel. De speelcabine is een houten hokje met een raampje, midden in de toren, en boven en om ons heen hingen de klokken, waarvan je alleen de onderranden ziet als je omhoogkijkt.

Een beiaard speel je op een klavier dat niet op een piano lijkt. De toetsen zijn houten stokken, een handbreedte lang, in twee rijen, zoals de witte en de zwarte toetsen. Je slaat ze met je vuist, losjes gesloten, met de pink naar beneden, en elke stok trekt via een draad en een stelsel van hefbomen de klepel tegen de binnenkant van een klok. Voor de zwaarste klokken zijn er pedalen, die je met je voeten intrapt. Hoe harder je slaat, hoe harder de klok klinkt, en dat hoort de hele binnenstad.

Na de marktbespeling gingen we naar beneden, naar het oefenklavier in een kamer op de eerste verdieping. Dat heeft dezelfde stokken en pedalen, maar in plaats van klokken zitten er metalen staafjes aan die zacht klinken, als een speelgoedxylofoon, zodat je kunt oefenen zonder dat de stad meeluistert. Wat ik in dat eerste kwartier deed:

  • leren zitten, op een bank die zo hoog staat dat je de pedalen nog net met je hele voet raakt;
  • de vuist oefenen, zo los dat de stok je hand na de slag terugduwt;
  • een toonladder van C met mijn rechterhand, langzaam en met drie fouten;
  • dezelfde toonladder op de pedalen, met nog meer fouten.

De stadsbeiaardier is een man van in de vijftig die al vierentwintig jaar de beiaard bespeelt, elke zaterdagochtend, elke woensdagmiddag en in de zomer ook op dinsdagavond. Hij heeft drie leerlingen, ik meegerekend. Hij gaf me een boekje met eenvoudige stukken en een sleutel van de oefenkamer, en zei dat ik drie keer per week moet oefenen, een uur per keer. Mijn onderarmen voelden na dat kwartier al alsof ik een dag in de tuin had gewerkt. Volgende zaterdag de tweede les.