Klokkenstoel

De draden van de winter

25 januari 2025 · 3 min lezen

Tussen de stokken van het klavier en de klepels van de klokken lopen draden en stangen, voor elke klok één verbinding, via tuimelaars en hefbomen omhoog naar de klokkenstoel. Die verbindingen reageren op de temperatuur en het vocht in de toren. In de zomer zet alles uit en in de winter krimpt het, en als je niets doet, hangt de klepel bij de ene klok al bijna tegen de rand en moet je bij een andere de stok een paar centimeter omlaagduwen voordat er iets gebeurt.

Daarom stelt de stadsbeiaardier de beiaard twee keer per jaar bij, in het voorjaar en in de herfst, en als het lang vriest nog een keer extra. Vandaag was zo’n extra keer, na de marktbespeling, en ik mocht helpen. Aan elke draad zit boven de speeltafel een stelmoer, en die draai je een halve of een hele slag, tot de klepel op een vingerbreedte van de klok hangt, niet meer en niet minder. Hij zat boven tussen de klokken met een zaklamp, ik zat beneden aan de stokken, en we riepen naar elkaar: hoger, lager, goed.

Het duurde de hele middag. Wat we hebben gedaan:

  • alle negenenveertig klepels nagelopen, van de zwaarste klok tot de lichtste;
  • eenendertig draden een halve tot anderhalve slag bijgedraaid;
  • twee veren vervangen die bij de kleinste klokken de stokken na de slag terugtrekken;
  • één draad bij de bas helemaal vernieuwd, omdat hij half was doorgesleten.

Een koude speelcabine doet iets met je handen. Om vier uur mocht ik ter controle het avondlied spelen, en na twee regels voelde ik mijn pinken niet meer, ondanks de handschoenen zonder vingers die de stadsbeiaardier me had geleend. Hij speelt in de winter met een stukje leukoplast om elke pink, omdat daar de klap op neerkomt, en sinds vandaag doe ik dat ook. Mijn teller in het schrift: 41 lessen, ruim honderdveertig uur op het oefenklavier en zes keer op de echte klokken.