Klokkenstoel

Een heel uur alleen

24 oktober 2026 · 3 min lezen

De stadsbeiaardier is deze week met vakantie, en vanochtend heb ik voor het eerst de hele marktbespeling alleen gespeeld, van elf tot twaalf, zonder iemand naast me op de bank. Hij had het me in augustus gevraagd, en ik heb daarna bijna elke avond aan het programma gewerkt, op het oefenklavier en vier keer op de klokken. Het waren veertien stukken, van een psalm tot een bewerking van een popliedje uit de jaren tachtig, dat ik er voor de kinderen uit mijn klas in had gezet.

Om elf uur is het in de speelcabine heel stil als je er alleen zit. Je hoort het uurwerk tikken, de duiven op de galmborden en ver beneden je de markt. En dan sla je de eerste stok aan, en hoort de hele binnenstad het. Het ging bijna helemaal goed. In het tiende stuk raakte ik even de draad kwijt en speelde ik twee maten opnieuw, wat voor wie beneden liep waarschijnlijk klonk alsof het zo hoorde. Om vijf voor twaalf speelde ik het avondlied, en om twaalf uur nam het uurwerk het over, met de herfstmelodie die we twee weken geleden samen op de trommel hebben gezet.

Ruim tweeënhalf jaar in mijn schrift:

  • lessen: 103, bijna allemaal op zaterdag na de marktbespeling;
  • oefenen: ruim vierhonderd uur op het oefenklavier;
  • op de echte klokken: 37 keer, waarvan negen keer een eigen halfuur op de markt en vandaag voor het eerst een heel uur;
  • stukken die ik kan spelen: 31, waarvan 12 uit mijn hoofd;
  • de treden: honderdzesentachtig, ongeveer honderdvijftig keer heen en terug.

Na afloop ben ik naar beneden gegaan, over de markt naar huis gefietst en heb ik bij de kaaskraam zoals altijd een stuk belegen gekocht. De vrouw van de kraam vroeg of de beiaardier ziek was, omdat het zo anders klonk. Ik zei dat hij met vakantie was. Ze keek me aan, pakte de kaas in en zei: nou, dan weten we het. Volgende zaterdag zit hij er weer, en ik naast hem, en dat vind ik eigenlijk ook prima.